Kistenuitgang

avatar - schrijven

Bijzondere ontmoetingen vertellen mooie verhalen! We hebben veel afspraken met huurders en sommige gesprekken raken je recht in het hart. Zo ook het verhaal van meneer en mevrouw Pangestu. De namen in dit verhaal zijn gefingeerd.

Een ouderenkaravaan remt vlak voor het Zwolse Deltawonen-pand. Terwijl ik me verlies in incassozaken, stopt het busje en worden twee oudere mensen het busje uitgeholpen. Niet dat ik dat door heb, mijn aandacht gaat volledig op in de huurachterstand van meneer de Vries, die voor mij staat. Te laat hoor ik een collega tegen de bejaarden zeggen, die inmiddels dapper de trap bedwingen, dat er ook een ingang is zonder trap. Ik excuseer mij tegenover meneer de Vries en haast de mensen tegemoet: “wil het lukken? We hebben ook een andere ingang hoor.” Het antwoord klinkt bibberig; “het gaat wel hoor, maar we moeten nu wel ergens zitten.”

De twee nemen plaats, terwijl ik meneer de Vries vlug verder help. Ik kijk in de agenda; een afspraak voor meneer en mevrouw Pangestu* om tien uur. Ze zijn te vroeg; de perikelen van leven in afhankelijkheid van een regiotaxi. Ze willen zich inschrijven bij de Woningzoeker, maar ze hebben meer ruzie met de computer dan dat ze er profijt van hebben. Ik loop naar ze toe: “U had een afspraak om tien uur, maar het kan nu wel even, komt u verder?” In een schakel van drie schuifelen we naar de gespreksruimte. Normaal combineer ik dit met koffie halen, dit breek ik nu maar even op in tweeën.

Meneer Pangestu schuift zijn stoel in de spreekkamer opzij en blijft met zijn been achter zijn trolleykoffer haken. “Ho, voorzichtig”, roep ik, terwijl hij zich verstapt en zich net kan vastgrijpen aan een stoel. “Dit is de reden waarom wij met de bus komen,” roept hij lachend. Hij en zijn vrouw nemen plaats en pakken hun koffie.

“We huren met volle tevredenheid bij u, mevrouw,” begint meneer Pangestu. “Maar we willen wel een ander appartement in het complex.” Enigszins verbaasd kijk ik ze aan. Ze wonen hier pas een jaar. “Waarom wilt u weg meneer?” Het blijft even stil en hij kijkt me aan: “Ik kan niet tegen de kistenuitgang!” Zijn vrouw kijkt hem meewarig aan en zegt: “Hij bedoelt de uitgang aan de achterkant. We kijken hierop vanuit onze woning.”

Mijn hersenen pijnigen zich. “Volgens mij snap ik niet helemaal wat u bedoelt. De kistenuitgang? Kunt u dat uitleggen?” Meneer likt zenuwachtig over zijn lippen en spreekt een stuk harder. “Nou, als mensen overlijden, gaan ze niet door de vooringang in hun kist naar buiten, maar dan gaan ze via de achteringang en daar kijken we op uit. Dat doe me denken aan mijn tijd in Nederlands-Indië. Ik was daar geheim agent en heb daar bergen met lijken gezien. Bergen! Dat wil ik nooit weer.” Mevrouw Pangestu kijkt naar haar man en schraapt haar keel: “Hij heeft ook PTTS hierdoor.”

Na even aarzelen, vraag ik het toch maar: “Krijgt u hier hulp bij? Ik ken genoeg mensen die dit ook hebben en therapie kan erg helpen.” Meneer staart naar buiten; “Oh, ik heb wel therapie hoor, voor de nachtmerries, maar dat helpt niet echt. Het is te hardnekkig. Ik weet nog goed dat ik een keer undercover was en dat ik bijna was betrapt. Er was een man die mij had verraden. Gelukkig werd ik niet opgepakt.” Ik luister zijn ietwat onsamenhangende verhaal aan en breng het onderwerp weer op de inschrijving. Drie kwartier verder zijn ze eindelijk ingeschreven en ik leid ze weer naar buiten.

Wanneer haar man nog even naar de wc gaat, zeg ik: “Hopen dat u een nieuwe woning krijgt, lijkt me wel heftig, nu uw man zo’n last heeft van zijn trauma’s.” Mevrouw Pangestu kijkt me recht in de ogen en grijpt me bij mijn pols. “Och mevrouw, het is zo zwaar. Hij heeft alles geprobeerd om er vanaf te komen, maar niks helpt. En al die verhalen over vroeger, over de oorlog en al die lijken, soms kan ik er niet meer tegen. Maar ja, ik ben met hem getrouwd, weet u. Ik zal hem niet verlaten. Maar makkelijk is het niet.”

Ze strompelen gearmd naar buiten. Ik kijk ze nog even na, terwijl ze door de ingang zonder trap naar de bankjes lopen. Wachtend op de regiotaxi, maar wel op een bankje in de zon.

Terug naar overzicht